Leven in Vertrouwen

Hoe de geest het lichaam aanstuurt










Spierinnervatie

De dwarsgestreepte spieren worden aangestuurd door 2 kiembladen:

  • De motorische cortex (ectoderm) controleert de spierbewegingen
  • De witte stof van de grote hersenen (nieuw mesoderm) controleert de spiermassa.

Of het de linker- of rechterkant van het lichaam betreft, is afhankelijk van de biologische handigheid.


Thema's

Algemeen: een bepaalde beweging niet kunnen of mogen maken, klem zitten, vast zitten, niet weg of niet mee kunnen of mogen komen, niet snel genoeg zijn, etc.

Specifiek: het kan gaan om één enkele spier, een spiergroep of één of meerdere ledematen.

  • Niet kunnen of mogen volgen, lopen, dansen, springen, wegschoppen, ontsnappen, etc. (benen en voeten).
  • Zich niet kunnen of mogen verdedigen, iemand niet kunnen of mogen wegduwen of iemand niet kunnen of mogen vastgrijpen, omarmen (armen en handen).

Zie het skelet bij het nieuw mesoderm onderaan voor de conflictinhoud van de verschillende locaties van het lichaam.

Enkele specifieke spiergroepen:


CA-fase

Afname of uitval van de aansturing door de zenuwen.

Afname van het spierweefsel (nieuw mesoderm).

Biologisch nut

"Freeze"-reactie. Onbeweeglijk stil blijven zitten om niet gezien te worden. Zich dood houden.

Als iets beweegt, wordt het oog er onwillekeurig naar toe getrokken. Het is een dwangmatig reflex en kan niet vermeden worden. Een prooidier dat niet kan ontsnappen, heeft de grootste kans tot overleven als het zich niet verroert: het roofdier ziet hem dan vaak niet. Beweegt hij, dan "springt hij in het oog" en kan gevangen worden.

Bij mensen is het vaak overdrachtelijk: er is een bepaalde situatie waaruit je niet weg kunt komen, waarin je vast zit. Er is geen direct levensbedreiging, dus de "freeze"-reactie is niet nodig, maar er is wel sprake van een toenemende spierzwakte, die in wezen een afgezwakte "freeze"-reactie is.  

Symptomen

  • Bij intens conflict: plotselinge spierverlamming. Bij een plotselinge levensbedreigende situatie stopt de aansturing vanuit de motorische cortex.
  • Bij een minder intens conflict: verlamming van een paar spieren, wat zich uit in spierzwakte. Geleidelijke vermindering van de aansturing vanuit de motorische cortex. 
  • Spieratrofie of spierdystrofie. Spieratrofie wordt gezien als tijdelijk, dystrofie als permanent en ongeneeslijk. Volgens de biologische wetten is het conflictthema hetzelfde maar zal bij dystrofie de inslag in de prille jeugd of zelfs de baarmoeder liggen. Het thema ligt verankerd in een diepere laag van het onderbewustzijn.  
  • Afwijkende vorm van de ruggengraat: scoliose, lordose of skifose ("Ik kan/mag mijn rug niet recht houden").








PCL-fase

Door het genezingsoedeem in de hersenen een plotselinge verergering van de verlamming of spierzwakte. Heropbouw van het spierweefsel, er komt meer massa terug dan er voorheen was, zie nieuw mesoderm.  

Symptomen

Verergering van de verlammingsverschijnselen door het genezingsvocht in de hersenen, waardoor de  aansturing van de spieren nog verder afneemt of helemaal uitvalt.

Zowel bij de inslag als tijdens de oplossing kunnen verlammingsverschijnselen optreden. Vaak heeft men het niet in de gaten dat er een actief conflict loopt, de spierverzwakkingen zijn dan miniem en blijven onopgemerkt. Pas bij de oplossing is er ineens een verergering en wordt het zichtbaar. Bij plotselinge problemen van het bewegingsapparaat moeten beide mogelijkheden dus in overweging genomen worden.

Het zich plotseling niet (goed) meer kunnen bewegen geeft vaak aanleiding tot vervolgconflicten.

Diagnosen die een rolstoel in het vooruitzicht stellen, zoals MS, ALS, Polio, Guillain-Barré, etc., veroorzaken eveneens nieuwe conflicten en bemoeilijken de genezing.


EC

Epileptische aanval. Hevige, ongecontroleerde spierkrampen. Er zijn 2 vormen:

  1. Schokken, spasmen. Bij de inslag kon een snelle beweging niet gemaakt worden, bijvoorbeeld iemand kon niet snel wegrennen (dynamische spieren).
  2. Spierkrampen. Bij de inslag gebruikte men alle kracht genoeg om iets tegen te houden, bijvoorbeeld men trapte de rem zo hard mogelijk in, om een botsing te voorkomen (statische spieren).

In beide gevallen is het een teken dat de normale spiercontrole en spierbewegingen weer terugkeren. In de praktijk zorgen deze symptomen echter heel vaak voor een nieuw conflict (symptomenshock).


Enkele specifieke spiergroepen:

  • Bronchiale spieren: hevige, dwangmatige hoestaanvallen. Bij een ander actief conflict in het vrouwelijke territoriumbereik: bronchiale astma (verlengde uitademing).
  • Strottenhoofdspieren: kinkhoestaanval. Bij een ander actief conflict in het mannelijke territoriumbereik: laryngeale astma (verlengde inademing).

Voor meer uitleg hierover zie de lezing "De Biologie van de Psyche" en de vierdaagse workshop "Bio-logica van Gedrag en Karakter",  zie de agenda.


Bij deze processen zien we heel vaak hangende genezingen in de PCL-A/EC: epilepsie, Parkinson.
Door de spierverzwakking/verlamming kan men een bepaalde beweging zich nu immers echt niet meer maken. Het oorspronkelijke thema wordt steeds opnieuw getriggerd. Dit zijn lastige programma's.


PCL-B

De normale spierfunctie keert terug. In het geval van strottenhoofd- en bronchiale spieren: langdurig hoesten.

Biologisch nut

Doordat er in de herstelfase meer spiermassa wordt opgebouwd dan er in de CA-fase is afgebouwd, is men aan het einde van het proces sterker dan voorheen, zie nieuw mesoderm. Er is hier dus geen sprake van een tijdelijke functieverbetering in de CA-fase om te overleven, maar van een permanente verbetering.

Het biologisch nut is dus zowel in de CA-fase als aan het einde van de PCL-B.



Constellatie van de motorische cortex: tics, syndroom van Gilles de la Touret.



Sluitspieren

Voor alle sfincters (sluitspieren van de blaas, baarmoeder, rectum, maag, etc.) geldt:

 

  1. Geen celafbouw in de CA-fase
  2. Ze ontspannen (openen) zich in de CA-fase en tijdens de EC:

 

  • Blaassfincter: broekplassen om territorium beter te markeren.
  • Rectumsfincter: broekpoepen om territorium beter te markeren.
  • Baarmoederhalssfincter gedurende de EC: geboorte
  • Maagmond (cardia): reflux, brandend maagzuur in Ca en EC, zie maagslijmvlies.